EWC/RESIA kijkt in de spiegel

 

Evaluatie spiegelbijeenkomst, 20 april 2016.

 

Hoe gaat het met het jeugdvoetbal van EWC/Resia? Wat gaat goed ?, Wat kan beter? Wat zou nog moeten, kunnen gebeuren om het jeugdvoetbal naar een hoger plan te tillen? Aan de hand van drie centrale vragen hebben we de stand van zaken in beeld gebracht. De eerste vraag had betrekking op het karakter, de identiteit van de verenigingen. De tweede vraag op de kracht, de derde vraag op wenselijke veranderingen .

 

Hieronder in het kort per vraag de bevindingen die door de aanwezigen genoemd zijn.

 

 

1. Het karakter van EWC/RESIA EWC/RESIA is een echte dorpsclub. De saamhorigheid is groot, men kent en accepteert elkaar. Sportiviteit en respect staan hoog in het vaandel. Iedereen is welkom, de club is open en laagdrempelig. Het meisjesvoetbal wordt serieus genomen ; zij zijn goed geïntegreerd. Veel gedreven vrijwilligers die het beste uit de vereniging willen halen. De supporters gedragen zich naar behoren. Weinig strubbelingen. Vriendschappen binnen en buiten het veld. De velden en de materialen worden goed onderhouden.

 

 

2. Waarin onderscheidt de vereniging zich van anderen. De jeugd van EWC/RESIA speelt in een samenwerkingsverband. Die samenwerking is van meet af aan goed verlopen. De sfeer is aangenaam. Er zijn veel goede onderlinge contacten. Veel vrijwilligers. meelevende ouders; geen geschreeuw langs de kant. De leiding is goed benaderbaar, korte lijnen, goede organisatie. De zomervoetbaldagen, die op onze velden worden georganiseerd, zijn een succes. Plezier en gezelligheid staan centraal. Maar ook normen en waarden als sportiviteit en respect worden aan de jeugd overgedragen.

 

 

3. Welke veranderingen zijn wenselijk? Er zijn dingen die zo goed lopen dat je ze nooit zou willen veranderen. De lage contributie wordt genoemd. Maar er zijn ook dingen die aan verandering toe zijn. Het samenwerkingsverband rondom de jeugdspelers loopt goed. De samenwerking op bestuurlijk niveau zou beter kunnen. Meer vrijwilligers. Betrek de junioren bij het broodnodige vrijwilligerswerk. (vlaggen, fluiten en andere voorliggende taken) Beter opgeleide trainers die ook op pedagogisch terrein goed uit de voeten kunnen. Teams niet te krap plannen, niet teveel schuiven met spelers. In het eigen team spelen zou de norm moeten zijn. Warme overdracht van spelers middels een spelersvolgsysteem. Betere afstemming tussen trainers over de te volgen koers wat betreft werkwijze, vorm en inhoud van de trainingen. Er ligt een jeugdplan klaar maar dat wordt niet gebruikt. Samenstellen van teams op basis van talent. Winnaarsmentaliteit stimuleren. Onpopulaire maatregelen durven nemen. Onpopulaire maatregelen of beslissingen worden niet altijd genomen uit angst voor conflicten. Op langere termijn nadenken over de toekomst van twee sportparken. Duidelijker beleid wat betreft prestatiegericht voetbal. Spelers die goed genoeg zijn om elders op een hoger niveau te spelen stimuleren om die kans te grijpen. De meeste spelers komen later terug om met de opgedane ervaring de gelederen te versterken. Uniformiteit in kleding van trainers en spelers. Zorg dragen voor het op orde houden van materialen. Het idee voor een pannaveldje nieuw leven in blazen. De kantine vaker open omwille van de sfeer. Meer toeschouwers trekken.